close video

AVR zet restafval door verbranding om in energie en grondstoffen. In dat restafval zitten verschillende stoffen die door verbranding vrijkomen. Een deel van die stoffen wordt meegenomen in de rook die voor 100% wordt afgezogen en in een volgende stap gereinigd wordt in de rookgasreinigingsinstallatie.

De rookgasreinigingsinstallatie beslaat 2/3 van het terrein van onze locatie. De rookgassen worden in vijf hoogtechnologische stappen schoongemaakt. Uiteindelijk verlaat de gereinigde rook de installatie via de schoorsteen. Daarbij worden continu de belangrijkste emissies gemeten: iedere seconde, ieder uur van iedere dag, 365 dagen per jaar. De samenstelling van de vrijgekomen rook bestaat voor 99,99994% uit onschadelijke stoffen als waterdamp (26%), stikstof (55%), zuurstof (9%) en koolstofdioxide (10%). Stoffen waaruit onze atmosfeer bestaat. Een erg kleine fractie (0,0006%) bestaat uit milieubelastende stoffen waarnaar onze volledige aandacht uitgaat.

Klimaatneutraal worden

AVR wil haar CO₂ uitstoot reduceren. Dit kunnen we realiseren door de maximale energie uit het restafval te halen. Daarmee verminderen we de inzet van fossiele brandstoffen in Nederland. Anderzijds kijken we naar ons eigen proces en verlagen we ons eigen energieverbruik. Tegelijk werken we aan een innovatief project in Duiven om de CO₂ uit de schoorsteen af te vangen en er een product van te maken. AVR ziet CO₂ als een waardevolle grondstof die vanaf 2019 ingezet kan worden in de glas- en tuinbouw en mogelijk nog in andere industrieën.

 

Geen rookgordijn, wél heldere feiten en cijfers. Want daar heeft u recht op.

Strenge controles

De normen voor afvalverbrandingsinstallaties in Nederland zijn een van de strengste in Europa. Alle installaties hebben een milieuvergunning voor het verwerken van restafval door verbranding met energieterugwinning. Die vergunning stelt grenzen aan de uitstoot (emissie) van milieubelastende stoffen via de schoorstenen van de installaties. De uitstoot van een de belangrijkste stoffen wordt continu gemeten. De halfuur- en daggemiddelden worden vergeleken met de normen. AVR stuurt het verbrandingsproces op zo’n manier dat we binnen die normen blijven. Twee keer per jaar wordt door een gecertificeerd bureau gemeten of de emissiegrenswaarden worden overschreden.

De gemeten waarden worden geregistreerd en gerapporteerd aan omgevingsdienst DCMR of omgevingsdienst ODRA. Overschrijdingen worden direct gemeld. Deze intensieve eigen en overheidscontroles bepalen voor AVR de orde van de dag en laten zien hoe goed we ons werk die dag hebben gedaan.